Readingstuff

Lex Bohlmeijer – in gesprek met Zihni Özdil

“Religie, politiek, kunst en kunst, de wetenschap, […], dat was allemaal een culturele productie bedoelt om ‘de Ander’ als minder te doen laten overkomen. En dat heeft vandaag de dag nog steeds een heel diepe uitwerking.”

Historicus Zihni Özdil (32) doceert aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam. Hij is bezig met promotie-onderzoek naar het proces van secularisering in Turkije, in de periode 1920-1960. Zijn grootvader kwam als gastarbeider naar Nederland. Voor De Correspondent wordt hij door Lex Dohlmeijer geinterviewd over ‘institutioneel racisme’. Hieronder enkele ‘cut-outs’.

Özdil aan het woord over de het westen van de 19e eeuw en ook de eeuwen daarvoor (van de transatlantische slavernij): “Religie, politiek, kunst en kunst, de wetenschap, […], dat was allemaal een culturele productie bedoelt om ‘de Ander’ als minder te doen laten overkomen. En dat heeft vandaag de dag nog steeds een heel diepe uitwerking.

Gepasteuriseerd

Over studies naar racisme in Nederland en of het onderzoek hiernaar ontbreekt:
“het ontbreekt niet volledig, maar ik gebruik in mijn stukken altijd de term ‘gepasteuriseerd‘[…] Als je melk pasteuriseert, wordt het behapbaar voor de maag. Dan brengt het de maag niet meer op hol, dan kun je het ook marketen en verkopen. En we hebben, met name deze kant van onze geschiedenis gepasteuriseerd.”

Gebrek aan debat in Nederland

“In de VS heb je African-American studies […], daar is tenminste een debat gaande […] en dat moet nog komen bij ons. In Nederland denken we altijd “Nou ja, dat is allemaal Amerikaans, dat racisme, dat hebben wij niet gehad. Wij zijn anders.” Dat Nederlandse exceptionalisme. Dat is echt complete onzin, Nederland heeft altijd in de voorhoede gezeten van de transatlantische slavernij […] en ook wij hebben integraal meegedaan aan die culturele productie. […] Vanaf de 17e eeuw tot aan de jaren 50 en 60, nu is het subtieler geworden, maar wij hebben exact dezelfde culturele productie als het gaat om anti-zwart racisme.” […] “Wij zijn helemaal niet anders, we hebben er alleen nooit een discussie over gehad. Elke keer als  gekleurde Nederlanders de discussie wilden aanzwengelen […] was het altijd: “Waar zeik je over”… “een boze allochtoon, hè?” Dat kreeg je dan ook over je heen. Maar -of we nu willen of niet- Nederland gaat dat beschavingsproces meemaken. Nu lijkt het erop dat dat proces gaat beginnen en daar ben ik als Nederlander heel blij mee.”

Institutioneel racisme is subtiel

“Als ik het heb over racisme in Nederland dan bedoel ik daarmee niet dat mensen individueel bewust racisten zijn[…] We hebben te maken met institutioneel racisme, wat cultureel is ingebed in onze maatschappelijke DNA. Maar als je het hebt over het zogenaamde ‘gepeupel’ dat achter Wilders aanloopt, hun racisme is iets platter, iets minder subtiel dan het racisme van Hans Spekman (voorzitter PvdA, red.)  bijvoorbeeld. […] In 2008 zei hij: “We moeten Marokkanen die niet willen deugen vernederen voor hun eigen mensen.” Dat vind ik een walgelijk uitspraak. Waarom zijn ‘die Marokkanen’ niet onze eigen mensen? Hij plaatst ze buiten het Nederlanderschap, met zo’n uitspraak. […] Of Diederick Samson, in aanloop naar zijn lijsttrekkerschap in 2012 een tijdje had meegelopen als straatcoach […] dan zegt hij: “Marrokaanse jongeren moeten we fysiek een draai om de oren geven.” Met andere woorden: hij pleit voor lijfstraffen. Hij zei ook nog: “Marokkanen hebben een ethnisch monopolie op overlast” Hij koppelt ethniciteit aan overlast als sociaal-democraat.”

“We weten al minimaal 20 jaar (sinds de eerste peilingen hierover) dat tussen de 40 en 50 procent van de autochtone Nederlanders minder allochtonen of minder moslims wil […] dat is consistent hetzelfde gebleven. De dag na die uitspraak van Wilder (“Willen we meer of minder Marokkanen? Minder! Minder! Minder!”) was er een peiling van 1Vandaag waaruit bleek dat 43% van de autochtone Nederlanders het inhoudelijk eens is met Wilder, maar slechts 30% was okee met hoe hij het bracht. En daar ligt het probleem: Wilder zaait geen haat, hij oogst het. Een haat die decennia lang heeft kunnen gedijen.”

Voorbeeld insitutioneel racisme

Interviewer (Lex Bohlmeijer): “Je noemt het institutioneel racisme. En dat is eigenlijk iets waarvan je het spoor zou moeten volgen van vier, vijf eeuwen her. Tot op de dag van vandaag. Ik moet je toevegen dat ik mezelf er ook op betrap, dat slavernij iets is dat ver weg ligt. Dat is van een andere eeuw, dat zijn andere Hollanders. Jij zegt mij: ook in mijn taalgebruik, houding en visie sluipen onderdelen van deze periode. Waar zit dat dan, waar kan ik dat zien.”
Özdil: “Het zit in ons allemaal en -je hebt helemaal gelijk- het is subtiel” […] “In heel Nederland zijn die culturele sporen van anti-zwart racisme nog springlevend. Ik zal één voorbeeld geven” […] “Jacco van Sterkenburg, een mediawetenschapper […] heeft 4 jaar lang onderzoek gedaan naar sportverslaggeving op televisie.” […] “Wat blijkt nu: als een zwarte atleet scoort in een voetbalwedstrijd dan geeft de commentator fysieke verklaringen (spierkracht, genetische aanleg, etc)” […] “als een witte atleet scoort is het strategisch inzicht, training; mentale capaciteiten. Dat komt niet omdat die commentator een bewuste racist is […] maar het is zo ingebed in onze culturele DNA.”