Readingstuff

Search

Reading stuff

John Berger’s Ways of Seeing — BBC4

In 1972 writer John Berger and producer Mike Dibb created a four-part television series called ‘Ways of Seeing’, which rapidly became regarded as one of the most influential art programmes ever made. The series (later adapted into a book) criticize traditional Western cultural aesthetics by raising questions about hidden ideologies in visual images.

In the first programme, Berger examines the impact of photography on our appreciation of art from the past.

A large part of seeing depends upon habit and convention

Ways of seeing #2 (1972)

the portrayal of the female nude is an important part of the tradition of European art. Berger examines these paintings and asks whether they celebrate women as they really are or only as men would like them to be.

The nude in European painting convey some conventions in the way women were judged, in how they were seen (in society run by men).

What is a nude? Kenneth Clark: Being naked is being without clothes. The nude is a form of art.
John Berger: To be naked is to be oneself. To be nude is to be seen naked by others and yet not recognized  for oneself. A nude has to be seen as an object in order to be nude.

Naked and shame. Shame towards to spectator: that the one who shames them.

Nude an awareness of being seen by the spectator.

Mirror symbol as vanity of woman.

Most female nudes in Western art history have been lined-up by their painters for the pleasure of the male spectator/owner who will assess and judge them as sights. Their nudity is another form of dress.

Passiveness: Nakedness is a sign of submission and not of active sexual love (in western oil paintings). Often looks and bodyposture is directed towards the spectator and is addressing his sexuality and not her sexuality. They are there to feed an appetite not to have one on their own. Being available and waiting for somebody.

Ideal nude as a humanist idealism. Celebrate women or the male voyeur.

Nudity as a garment and a uniform that says: i’m ready now for sexual pleasure.

 

Reading stuff

Racism A History — BBC4

Reading stuff

Drie prikkels om overzee te gaan — Roofstaat

  1. God: geloofsijver. Het woord brengen bij de wilden en zo beschaving brengen.
  2. Goud: grondstoffen, specerijen, slaven,…
  3. Erotiek en exotiek: “juist omdat de ‘wilden’ de remmingen van de beschaving nog niet kenden waren zij tegelijkertijd gevaarlijk en verleidelijk” (Vanvught, 2016, P 30)

Reading stuff

De toon is gezet… — Roofstaat

“Nederlanders deden met andere Europeanen gedurende vier eeuwen massaal en naar hartelust mee aan de vermenging van de wereldbevolking. Vanaf ongeveer 1600 gingen zij tijdelijk of voorgoed overzee en maakten kindjes met vrouwen met een andere huidskleur op alle continenten, terwijl die vrouwen niet welkom waren in Nederland. Tegenwoordig worstelen autochtonen met het feit dat steeds meer mensen met voorouders afkomstig uit de hele wereld in hun steden en dorpen dicht bij elkaar leven. En bijna algemeen lijken de eeuwen van de Europese overheersing overzee vergeten”
Eerste alinea van Roofstaat (2016) van Ewald Vanvugt

 

Reading stuff

Notes on: Hermeneutiek? (van den Bersselaar, 2011, p104)

Abstract (in Dutch)

Hermeneutiek

p102: “Interpretatieve wetenschappen zijn wetenschappen die de uitingen, de voortbrengselen en, in het algemeen, het doen en laten van mensen tot object hebben vanuit het perspectief van de betekenis ervan. Deze willen ze langs interpretatieve weg begrijpen.”

Hermeneutiek wordt ook wel de kunst van het interpreteren genoemd of wijsgerige interpretatieleer. Leer in deze is niet voorschriften of regels; de hermeneutiek onderzoekt de voorwaarden waaronder het verstaan van (de betekenis van) menselijke uitingen mogelijk is.

Duitse filosoof Hans Georg Kadaver (Wahrheit uni Methode) is het standaardwerk op het gebied van hermeneutiek.

De betekenis in hun alledaagse context, hun wisselvalligheid en veranderlijkheid.

Onder de betekenis van een uiting of een voorval wordt de zin verstaan die door een subject (persoon of groep) aan de uiting of aan dat voorval wordt toegekend. Deze zin kan mede vervat liggen in de intentie of de bedoeling die ten grondslag ligt aan een uiting, of in een reden of een motief voor die uiting.

Interpretatieve wetenschappen focussen niet alleen de betekenis van uitingen, maar ook op die uitingen (voorvallen, gebeurtenissen en toestanden) zelf. De feiten worden door middel van interpretatie vastgesteld. Deze zijn soms voor ons toegankelijk, maar soms (zoals bij archeologie) moeten deze worden ‘losgepeuterd‘ of worden ontcijferd. Het vaststellen van die betekenisvolle feiten is ingewikkeld proces van onderzoek en interpretatie.

Hermeneutiek houdt zich bezig met interpreteren ofwel duiden: het begrijpen of verstaan van menselijke uitingen. Onder welke voorwaarden kunnen we andere mensen begrijpen?

Hermeneuein (grieks werkwoord)= Verkondigen, vertolken, verklaren, uitleggen. Hermes was de bode der goden, die boodschappen van de goden aan stervelingen bracht, vaak in raadsel verpakt. De boodschapper brengt niet alleen de boodschap, maar diende deze ook uit te leggen.

Hermeneutisch verstaan is fundamenteel steeds het vertalen van een betekenissamenhang uit een andere wereld in de eigen wereld.

Hermeneutiek is een grondslagenonderzoek en onderdeel van de ideografische wetenschappen: niet uit op het vinden van wetmatigheden, maar op het beschrijven van unieke, onherhaalbare gebeurtenissen en wetenschappen.

Hermeneutiek houdt -anders dan fenomenologisch onderzoek- rekening met de historische, maatschappelijke en culturele situatie. Daarmee is het dus ook geïnteresseerd in de specifiek situatie.

4 vragen bij hermeneutisch onderzoek

1. Wat gebeurt er bij het duiden en interpreteren van menselijke uitingsvormen?

2. Wat is verstaan of begrijpen?

3. In welke mate is verstaan/begrijpen überhaupt mogelijk?

4. Wat zijn de voorwaarden waaronder verstaan of begrijpen mogelijk is?

Probleem

Wanneer is een probleem hermeneutisch?

Als de motieven van de betrokkenen hun betekenis ontlenen aan de bredere sociale context waar ze deel van uitmaken.Wanneer de betrokken zelf niet ondervraagd kunnen worden, kan het alleen via interpretatie.

Belangen

Een interpretatie is nooit vrijblijvend. De beste test of ik een standpunt begrijp is of ik het
1. onder dezelfde omstandigheden zou kunnen en willen verdedigen dan wel
2. de andere betrokkenen er met overtuigende argumenten van af zou weten te brengen.

De vooroordeelstructuur van het begrijpen

1. Anticiperend begrip (Vorverständnis): het begrijpen dat vooruitloopt op het eigenlijke verstaan, dit inleidt en mogelijk maakt. Oftewel: mijn vermoedens over wat er aan de hand is. Ik denk er al iets over te weten (door de informatie die me is aangereikt en mijn eigen achtergrond) maar nog niet precies wat de motivaties van ‘menselijke uitingsvorm’ die persoon of groep (subject).

Intrinsieke motivatie: persoonlijke motivatie (bv. hoofddoek als ‘eerbied voor het heilige’ of ‘naleven van de religieuze wet’).
Extrinsieke motivatie: wat iemand aan een aantal wil laten zien (bv hoofddoek als teken dat een persoon onderdeel is van een religieuze groepering)

2. Vooroordelen. Vermoedens zijn altijd vooroordelen (in letterlijke zin) en zijn onmisbare uitgangspunten om een proces van interpreteren en begrijpen op gang te brengen. Vooroordelen zijn (nog) niet getoetste oordelen die als anticipaties het begrijpen leiden. Ze worden getoetst in de loop van het interpretatieproces.

Vooroordelen hebben te maken met het gebrek aan kennis of aan een verkeerde interpretatie (door bijvoorbeeld culturele verschillen) van de ‘lezer’.

3. Eerste poging tot begrijpen

Op basis van vooroordeel (wat lijkt op een hypothese) vragen formuleren en deze toetsen door op zoek te gaan naar motivatie (m.b.v. expert of bronnenonderzoek). Om vervolgens nieuwe vragen te ontwikkelen. de precieze in

Hermeneutische cirkel.

1. Signaleren probleem

2. Expliciteren van een anticiperend begrip en de daarin vervatte vooroordelen

3. Verkenning d.m.v. bronnen

Interpreteren en begrijpen is een circulair proces: uitgaande van de notie dat we een kwestie nooit in 1 keer in zijn geheel zullen begrijpen. We kunnen het begrip alleen langzaam opbouwen door te beginnen bij een deel waar we mee in aanraking zijn gekomen. We beginnen bij een onderdeel om het geheel te begrijpen, maar snappen pas het onderdeel als we het geheel begrijpen.

Relativering van geheel

Het probleem van ‘het geheel’  is dat het in de tegenwoordige tijd geen geheel meer kan zijn. Toen de moderne hermeneutiek in haar kinderschoenen stond was deze notie van geheel er wel. De bronnen (theologisch of juridisch van aard) waren tekst en van onbetwist gezag. Men kon dus altijd refereren aan een geheel, zoals de bijbel. Deze verloren langzamerhand (mn 19e eeuw) hun autoriteit en werden niet meer gezien als gesloten gehelen. Daarnaast deed de eis om de context te betrekken bij de interpretatie zijn intrede.

Oftewel er kan niet meer gesproken worden over een gefixeerd geheel, deze kan oneindig vaak groter gemaakt worden.

Dat betekent niet dat hermeneutiek een subjectieve willekeur is geworden. In de gevonden bronnen staan geldigheidsaanspraken, welke uiteraard niet dogmatisch zijn. Kortom: de cirkel is onbegrensd en elke interpretatie is een voorlopige en er is een voortdurende verschuiving.

Werking

Er kunnen twee perspectieven worden belicht:
1. die van de voorgeschiedenis (de voorafgaande gebeurtenissen) en
2. die van de gevolgen, ook wel werking genoemd.

Werking is de effecten die een voorval te weegbrengt. Van belang is dat in de hermeneutiek daar wel de interpretatie tussen zit. Doordat dit continu gebeurt stapelt interpretatie zich op interpretatie en begint zich een interpretatiegeschiedenis (Wirkungsgeschichte) af te tekenen. Uiteindelijk is er niet meer te spreken over een ‘oorspronkelijke betekenis van een tekst’ maar vormen de interpretaties deze betekenis mee. Belangrijk is om bewust te zijn van het idee dat we zelf deel uit maken van deze interpretatiegeschiedenis. Dat historisch bewustzijn is voorwaarde.

Applicatie

In de toepassing van regel/wet/voorschrift blijken het interpreteren van die regel en het definiëren van een geval een circulair proces te zijn volgens het principe van de hermeneutische cirkel. Regels, voorschriften of aanbevelingen kunnen pas begrepen worden als vastgesteld kan worden of ze wel of niet van toepassingen zijn op een specifieke situatie. De applicatieregel gaat op waar mensen elkaars uitingen willen begrijpen.

Het vermogen en de mogelijkheid om de situatie van anderen te begrijpen is afhankelijk van de mate waarin we onze eigen situatie overzien. Het begrijpen is gesitueerd.

Horizon (van de interpreteer en van het object)

is het vermogen tot begrijpen. Ofwel het referentiekader; culturele en maatschappelijke achtergrondovertuigingen die kenmerkend zijn voor de (sub)cultuur waartoe iemand behoort en die hij zich via opvoeding, scholing en andere vormen van sociale integratie eigen heeft gemaakt. Deze is begrensd, wat de eindigheid van het begrijpen wordt genoemd. Maar niet gefixeerd. Het ontwikkelt zich voortdurend op grond van ervaringen en levenslessen.

Horizonversmelting Om een interpretatie te maken van moet de horizon verbreed worden om aanknopingspunten te vinden met de andere horizon en zo begrip te ontwikkelen. Bv. door terug te blikken in het verleden van mijn eigen cultuur.

Geldigheidsaanspraken

Begrijpen is geldigheidsaanspraken (h)erkennen. Met geldigheid wordt bedoeld: de geldigheid van menselijke uitingen (uitspraken, beweringen, meningen, bevelen, verzoeken). Drie vormen van geldigheid: waarheid, juistheid en authenticiteit. Interpreteren is niet hetzelfde als ‘invoelen’, ‘aanvoelen’ of ‘empathie’, hooguit een conditie waaruit begrip tot stand kan komen.

Uiteindelijk gaat interpreteren niet over het inleven in een persoon maar in een zaak: we willen niet alleen persoonlijke motivatie weten, maar ook de geldige redenen of motieven. Nu is de betekenis van een zaak niet stabiel (virtualiteit van het geheel, interpretatiegeschiedenis en wijkende horizon). Deze eindigheid van het interpreteren zorgt ervoor dat bij het stellen van vragen belangrijker is dan het vinden van een definitief antwoord.

———————

Bron: van den Bersselaar, Victor. Wetenschapsfilosofie in Veelvoud: Fundamenten Voor Professioneel Handelen. Coutinho, 1997. Print.

Reading stuff

2014.10.28: Lecture Zihni Özdil on Institutional Racism

Poster (A2) to promote the lecture on Institutional Racism by Zihni Özdil.  Poster design by: Studio voor Visuele Pop.Cultuur (Mark Mulder) Poster (A2) to promote the lecture on Institutional Racism by Zihni Özdil.
Poster design by: Studio voor Visuele Pop.Cultuur (Mark Mulder)

[+]

Reading stuff

Nederlandse kunstinstellingen en etnocentrisme (Metropolis M)

“In 2006 schreven Meta Knol, Edwin Jacobs en Stijn Huijts het manifest Naar een mondig museum. Hierin gaven zij aan dat de Nederlandse kunstwereld werd gedomineerd door het ‘egocentrisme en het dominante, westerse etnocentrisme’. Acht jaar later, geeft Meta Knol[…] nu directeur van De Lakenhal, aan dat ‘er zich een steeds beter besef ontwikkelt dat de gevolgen van globalisering in de kunsten onontkoombaar zijn. Het is een feit dat veel Nederlandse kunstinstellingen die boot al lang hebben gemist, en dat op dit terrein een stevige inhaalslag nodig is’.
Metropolis M » Features » Zwart of wit.

Reading stuff

Notes on: Black to the future by Mark Dery

” Now part of what […] I see as the problem is the idea of anybody’s having to fight the fragmentation and multicultural diversity of the world, not to mention outright oppression, by constructing something so rigid as an identity, an identity in which there has to be a fixed and immobile core, a core that is structured to hold inviolate such a complete biological fantasy as race— whether white or black”

Samuel R. Delany, interviewed by Mark Dery, 1994

Below some citations on the article
‘Black to the Future: interviews with Samuel R. Delany, Greg Tate, and Tricia Rose’ by Mark Dery.

“[I]f all records told the same tale—then the lie passed into history and became truth. “Who controls the past,” ran the Party slogan, “controls the future: who controls the present controls the past.” —George Orwell.

Science fiction as a genre deal with the ‘close encounter with the Other’ the stranger or the alien. Similarity with the African American situation, since the fact that this group of people, in a very real sense, are the descendants of alien abductees

What is afrofuturism?

Afrofuturism is a “Speculative fiction that treats African-American themes and addresses African-American concerns in the context of twentieth-century technoculture—and, more generally, African American signification that appropriates images of technology and a prothetically enhanced future”. (Dery, p 180)

Dealing with racism and alienation in the context of the genre fiction.
SF is: continuing a vein of philosophical inquiry and technological speculations, the basic human desire to know the unknowable.

“Hiphop is ancestor worship” (Greg Tate). SF, like hiphop is a very sociohistorical genre.

“Digital music technology—samplers, sequencers, drum machines— are themselves cultural objects, and as such the carry cultural ideas.” (Tricia Rose, Dery, p212).

“I’m much more comfortable with, […] one of James Baldwin’s last rhetorical strategies, which he proposed in the preface to his collected nonfiction, The Price of the Ticket. The Baldwin wrote that is suddenly struck him that there were no white people—that is to say, “whiteness,” as it indicated a race, was purely an anxiety fantasy to which certain people had been trained immediately to leap […] whenever they encoutered certain other people whom they coded as black or nonwhite. In short, “white” is just something you, Mark Dery, have been socially convinced you are, out of a kind of knee-jerk fear, whenever you happen to glance in my […] direction.” (Samuel R. Delany, p 190)

Characteristic of science fiction: “didactic way in which instruction is given about the potential for catastrophe in a society when it’s members don’t pay attention to the path that either a new technology or an abberant life form may take. In that sense, SF parallels traditional mythology.” (Dery, p 208)

Afrofuturism as a metaphore for a vision of a new world.
Alien= the ‘Other’. It could be the one who abducts (e.g. the White slavetrader) or the one who is abducted ( e.g. the (descendant of) slave).
Technology is often brought to bear on black bodies (branding, forced sterilization, water hose, policedogs)
action=to encounter, colonise
This country (America, ed.) was founded n the systematic, concientious, and massive destruction of African cultural remnants.

SF needs a visionary landscape, somethimes post-apocalyptic, fantasy, space, new world.

SF is ‘imaginative leap’: putting human into an alien and alienating environment.

Adopting the persona of the robot (e.g. Afrika Bambaataa) is a response to an existing condition: namely, that they were labor for capitalism, that they had very little value as people in this society.

Institutional Racism

Reading stuff

Notes on: Lex Bohlmeijer – in gesprek met Zihni Özdil

Historicus Zihni Özdil (32) doceert aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam. Hij is bezig met promotie-onderzoek naar het proces van secularisering in Turkije, in de periode 1920-1960. Zijn grootvader kwam als gastarbeider naar Nederland. Voor De Correspondent wordt hij door Lex Dohlmeijer geinterviewd over ‘institutioneel racisme’. Hieronder enkele ‘cut-outs’.

Özdil aan het woord over de het westen van de 19e eeuw en ook de eeuwen daarvoor (van de transatlantische slavernij): “Religie, politiek, kunst en kunst, de wetenschap, […], dat was allemaal een culturele productie bedoelt om ‘de Ander’ als minder te doen laten overkomen. En dat heeft vandaag de dag nog steeds een heel diepe uitwerking.

[+]

Reading stuff

The need for a critical approach to Critical and Speculative Design

…”So answering [designer James] Auger’s pressing question — “What is this obsession with class systems?” —, well: we are obsessed with class systems because we can’t help it. Because, in contrast to most of the practitioners in the field of [Speculative and Critical Design], we do not have the privilege of not thinking about issues of race, class and gender.

[+]

Reading stuff

Why design research is important

“In general you could say that research is just an extra tool to produce works of art, another way of being curious about the world. [… ] What the Academy needs is not more theory, but training in how to use theory as practice”
(Jeroen Boomgaard, Gray magazine #3, p5).

Reading stuff

Research Methods – (Cultural) probes

From ‘Cultural probes’ (1999) by Bill Gaver, Tony Dunne and Elena Pacenti

In this text the writers explain how they used the ‘cultural probe’ as a research method for understanding the local culture, so that their designs wouldn’t seem irrelevant or arrogant.

“The cultural probes -these packages of maps, postcards, and other materials- were designed to provoke inspirational responses from elderly people in diverse communities. Like astronomic or surgical probes, we left them behind when we had gone and waited for them to return fragmentary data over time.”

“The probes were part of a strategy of pursuing experimental design in a responsive way. They address a common dilemma in developing projects for unfamiliar groups.”….”We wanted to lead a discussion with the group towards unexpected ideas, but we didn’t want to dominate it.”

Content of the probe

Postcards (8 to 10): images on front, questions on back (e.g. “Tell us a piece of advice or insight that has been important for you”) concerning attitude towards lives, cultural environment and technology of the elders. Medium is an informal, casual and friendly way of communication, pre-addressing and stamping them bridges the gap of returning them to the researchers.

Maps (±7): with an accompanying inquiry exploring the elders’ attitude towards their environment. Global maps (“where have you been in the world?”) to local maps (“Where do you like to daydream?”). Small dot stickers were provided to mark answers.

Camera (disposable) repackaged to integrate with the other probe materials. At the back a list of required pictures, but also with room to shoot other things the elders wanted.

Small booklet: Photo album (“use 6 to 10 pictures to tell your story”) & media diary (“record your television and radio use, call etc”).

2 year project: first year: opening a space of possible designs; second on developing prototypes to be tested in the sites.

Inspiration, not information

Design as research: “Unlike much research, we don’t emphasize precise analysis or carefully controlled methodologies; instead we concentrate on aesthetic control, the cultural implications of our design, and way to open new spaces for design.”

Inspiration, not information; subjective and ‘inspirational data’. A more impressionistic account of their beliefs and desires. Designers are provocateurs and probes are interventions.

Role of Aesthetics

Overcoming distance by tone and aesthetics of the probe material, as visual as possible to cross language barriers. To bridge the generational gap: reject stereotypes (e.g. ‘needy’ and ‘nice’) but opening new opportunities: they represent a lifetime of experiences and knowledge.

Aesthetics are integral part of functionality: appealing, motivating, efficient and usable. Delightful but not condescending.

Elements of collage so that the images open new and provocative spaces, and new perspectives on everyday life. “We decided to present them ourselves to explain our intensions, answer questions, and encourage the elders to take an informal, experimental approach to the materials.

“The cultural probes were successful for us in trying to familiarize ourselves with the sites in a way that would be appropriate for our approach as artist-designers.”… The other half is that the elders learned from the probes. They provoked the group to think about the roles they play and the pleasures they experience…”